NetApp & SolidFire: facts, features en (cloud)toepassingen

Marco Bakker

Wat de overname van SolidFire betekent voor NetApp's flashportfolio en haar cloudstrategie.

Eind vorig jaar kwam in het nieuws dat NetApp SolidFire ging overnemen en in februari 2016 is dit officieel geworden. SolidFire is een jong bedrijf met wereldwijd 400 werknemers op de loonlijst dat in 2010 werd opgericht door Dave Wright. Het richtte zich vooral op Software-defined Data Center oplossingen. Biedt SolidFire toegevoegde waarde aan het NetApp flashportfolio en haar cloudstrategie?

Over NetApp AFF

NetApp staat in Nederland vooral bekend om haar veelzijdige FAS-systemen met Data ONTAP in 7-mode of clustered Data ONTAP (cDOT). De focus ligt de laatste jaren op flashsystemen en daar komt er met SolidFire er nu een bij. De All Flash FAS (AFF) systemen zijn gebaseerd op de bekende FAS-hardwaresystemen met daarop het cDOT operating system die helemaal afgestemd is op een storagesysteem met enkel SSD flashdisken om zo de hoogst haalbare performance te verkrijgen. Op deze AFF-systemen zijn alle protocollen beschikbaar voor SAN en NAS en zijn kenmerkende functies zoals Inline deduplicatie, compressie, thin provisioning en zero-overhead snapshots standaard aanwezig. Verder zijn alle softwarefuncties beschikbaar, zoals dataprotectie, die ook van de FAS-systemen bekend zijn. Denk aan SnapMirror (DR) en SnapVault (backup). De toepassingen zijn legio en zeer geschikt voor vSphere en Hyper-V vanwege de stretched cluster functionaliteit (vMotion / HA op afstand) en Virtual Volumes, SMB 3.0 Continue Available Shares, Remote VSS en ODX en het systeem zet VM's van de ene naar de andere hypervisor in enkele minuten. Het cDOT OS maakt het mogelijk een scale-up en scale-out architectuur te creëren waarbij een mix van All-Flash, Flash Hybrid en All-HDD nodes in een cluster worden ondersteund.

Over NetApp EF

Naast de AFF heeft NetApp de EF- flashsystemen (Flashsysteem E-serie) op basis van het SANtricity OS in haar portfolio. Deze EF-systemen bieden ongelooflijke prestaties uit slechts 2U (650.000 IOPS bij 800 micro seconden latency) en zijn eenvoudig op te schalen met behulp van Dynamic Disk Pools. Verder zijn alle licenties standaard inbegrepen en hebben deze systemen relatief lage kosten per bruikbare TB alleen na deduplicatie en compressie niet zo effectief zoals de meeste All Flash Arrays. Binnen de EF-systemen bestaan er nog geen replicatiemogelijkheden tussen twee clusters, dus voor MetroClusteroplossingen moet je bij de AFF-systemen zijn.

Voorheen had NetApp ook de FlashRay, maar die is nu verdwenen. Daarvoor in de plaats komt het nieuwe SF (SolidFire) flashsysteem. De vraag die dan bij mij naar boven komt is: “Wat voegt de  overname van SolidFire toe aan het Flash portfolio van NetApp?”.

De kenmerken van SolidFire (SF)

Laten we eerst de kenmerken van een SF-systeem op een rijtje zetten. De SF-systemen met het Element OS zijn gebouwd voor de ‘next generation’ datacenters en worden toegepast in public en private cloudoplossingen en voor IaaS. Ze bieden een performance garantie d.m.v. QoS waardoor een gegarandeerde performance kan worden geleverd. De systemen hebben geen SPOF omdat alles redundant is uitgevoerd. De systemen zijn eenvoudig uit te breiden (scale-out) maar ook weer kleiner te maken (scale-in) wat erg uniek is voor een storageoplossing. Een configuratie start altijd met vier nodes van hetzelfde type. Vervolgens is het self-healing cluster uit te breiden met minimaal één node die van een ander type mag zijn tot maximaal honderd nodes in een cluster. De node is dan meteen beschikbaar voor gebruik. Een voorbeeld in de praktijk kan zijn dat een klant twee datacenters heeft met in beide een SF-cluster. In het ene datacenter heeft men ruime (over)capaciteit, terwijl het andere cluster ruimte tekort komt. Dan kun je een unit uit het cluster met overcapaciteit halen en aan het andere toevoegen. Ook een herstel na een defect onderdeel verloopt erg snel. Zo duurt een rebuild van een disk nog geen tien minuten en die van een node minder dan een uur. Tussen SF-clusters in verschillende sites kan synchroon, a-synchroon (synchroon zonder te wachten op acknowledgements) of op basis van snapshots gerepliceerd worden.”

Het portfolio van NetApp heeft met de drie verschillende flashoplossingen voldoende verschil in functionaliteit en toepassing om afzonderlijk te kunnen worden ingezet, afhankelijk van de wensen en eisen van de klant.

Conclusie

Gezien de eerder genoemde specificaties is NetApp AFF de grote winnaar (in vergelijking met EF en Solidfire) als het gaat om de mogelijkheden en features. Afhankelijk van wat de use case is en wat de eisen zijn met betrekking tot functionaliteit, kan er voor een bepaald platform worden gekozen. In sommige omstandigheden kan het juist zijn dat SolidFire of EF beter past binnen de nieuwe oplossing. Het SolidFire flashsysteem is eenvoudig te implementeren en te beheren wat vandaag de dag een must is voor veel klanten, omdat je er geen extra beheertaken bij krijgt.

De SolidFire flashoplossing biedt NetApp voldoende mogelijkheden om haar cloudstrategie, de NetApp Data Fabric, voor de komende jaren voort te kunnen zetten en uit te breiden. Om dit te realiseren is men bezig om een replicatie engine te bouwen die op elk platform kan draaien om zo eenvoudig tussen alle cloudoplossingen te kunnen repliceren. Deze replicatie is op basis van de SnapMirror (en SnapVault) software engine, die het dan mogelijk maakt om in een hybrid cloudconfiguratie eenvoudig een replica van de data van bijvoorbeeld een AFF op een SF-systeem in een tweede datacenter te laten landen. Dit maakt het in de toekomst erg gemakkelijk om je backup of DR oplossing in een hybrid cloud configuratie van NetApp te plaatsen.

Referenties

Marco Bakker

Consultant

>> meer blogs

Reacties

Reactie toevoegen